Feedback

Feedback is belangrijk bij het leren. Je kunt feedback ontvangen, maar je kunt ook zelf aan een klasgenoot feedback geven. Door middel van feedback weet je wat je goed doet, wat er beter kan en waar je in uitblinkt. Je kunt feedback vragen over bijna alles; over een toets geluk die je gemaakt hebt, een debat waar je aan meegedaan hebt of over een opdracht zekere kennis die je aan het maken bent. Feedback is bedoeld om jou (of een ander) te helpen met leren. Feedback heeft altijd als doel om jou te helpen bij je leerdoelen. Dit kan over een vaardigheid gaan, of over kennis over bepaalde leerstof of het maken van een opdracht.

Feedback die je ontvangt of geeft bevat altijd ten minste drie onderdelen; (1) wat je goed doet, (2) wat er beter kan en (3) wat je het beste doet (in uitblinkt).


(1) Wat je goed doet

Het eerste deel van de feedback geeft aan wat je goed doet. Naast dat de feedback je vertelt dát je iets goed (g) doet, staat er in de feedback ook waaraan (w) je dat kunt zien.

  • Bij een debat kan het zijn dat je (g) een goede houding hebt;
    • (w) je staat zelfverzekerd en kijkt het andere team en de jury aan wanneer je spreekt.
  • Bij leerstof over Spinoza lukt het je om zijn (g) theorie toe te passen;
    • (w) je laat in een zelfbedacht voorbeeld zien dat je het verschil tussen ‘wie je in feite bent’ en ‘wie je eigenlijk bent’.

(2) Wat er beter kan

Het tweede deel van de feedback geeft aan wat er beter kan. Er is altijd ruimte om te groeien en daardoor te leren. De feedback geeft aan wat er beter kan (b) én geeft tips (t) hoe je dat zou kunnen doen. De tips (t) zijn omschreven alsof het een handleiding is; je weet precies wat je zou kunnen doen om beter te worden in een onderdeel.

  • Bij een opdracht kun je je (b) eigen mening onderbouwen om sterker te staan;
    • (t) tip: bedenk argumenten/redenen waarom jij deze mening hebt.
  • Bij een betoog hoort een (b) structuuraanduiding en deze staat er nog niet in;
    • (t) tip: geef in je inleiding al aan welke argumenten je in het middenstuk gaat uitwerken.

(3) Wat je het beste doet

Het laatste deel van de feedback geeft aan waarin je al in uitblinkt (u) of wat het beste onderdeel is van de opdracht/leerstof/vaardigheid. Naast dat de feedback je vertelt waarin je in uitblinkt (u) , staat er in de feedback ook waaraan (w) je dat kunt zien.

  • Bij leerstof over het empirisme kun je heel goed (u) een tegenargument geven;
    • (w) je geeft aan dat je zintuigen je weleens bedriegen omdat wat je ziet niet altijd klopt.
  • Bij het schrijven van een beschouwing (u) ben je zo objectief mogelijk;
    • (w) pas in de conclusie maak je een overweging en kies je een kant.

Leerdoelen

Het geven en ontvangen van feedback kan soms best spannend zijn. Feedback geven gaat altijd over leerdoelen, over iets wat je kunt leren. Voorkom daarom dat je feedback gaat geven over iets waar iemand niets aan kan doen.

Bijvoorbeeld:

Tijdens een debat is je houding nog niet overtuigend omdat je nogal lang bent.

Diegene kan natuurlijk niets aan zijn lengte doen.


 

Als je feedback geeft, dan let je er op dat deze feedback altijd over leerdoelen gaat. Als je feedback ontvangt, dan is deze altijd bedoeld om jou te helpen met het behalen van je leerdoelen.