Intentie of gevolg?

Na een lange schooldag vraagt een vriend je of je langs komt. Je zegt ‘ja’ en stapt gelijk op de fiets. Onderweg zie je dat iemand hulp nodig heeft en je besluit te gaan helpen. Een uur later stap je op de fiets en fietst naar huis…

Meteen krijg je een appje van je vriend die erg boos is. Je zou immers langs komen! “Maar, maar ik bedoelde het goed!” Zonder dat je het zo bedoelde ben je niet je belofte na gekomen. De intentie was er wel! Die was moreel goed!

Intentie-denken

Als jij een morele daad beoordeelt op basis van de intentie, dan ben je een intentie-denker. Het gaat of de bedoeling goed was. Je handeling doe je omdat je een plicht voelt om iets goed te doen.

Het doet er dan niet toe dat de uitkomst van de handeling, af te keuren is. In het geval van de afspraak met je vriend ben je immers niet je belofte nagekomen!

Dus is de bedoeling goed? Dan ben je moreel te prijzen. Ongeacht wat je feitelijk gaat doen of wat de gevolgen van je handeling (zou kunnen) zijn.


Je leest de appjes en wéét al wat je vriend denkt. Hen maakt het niet uit wat je bedoeling was; je zou langskomen! Voor je vriend doet de intentie er niet toe. Hen vindt het gevolg van je handeling belangrijker!

Gevolg-denken

Mensen die meer gevolg-denkers zijn, beoordelen een daad op de uitkomst ervan. Zij kijken niet naar goede bedoelingen of intenties. Heeft een daad moreel goed uitgepakt? Dan is het moreel prijzenswaardig, dan maakt het niet uit hoe je het bedoelde.

Zelfs wanneer je iets wilde doen met een puur slechte intentie kan het soms een moreel goede uitkomst opleveren. Stel je voor je wist al dat je niet naar je vriend zou gaan en toch beloof je hen dat. Je intentie is om dan om de belofte te breken. In plaats van naar je vriend toe te fietsen, fiets je gelijk naar huis. Doordat je vriend zich zorgen maakte om jou, keek die vaker uit het raam en zag een kind van de fiets vallen. Je vriend rent naar buiten en helpt het kind.

Als je een échte gevolg-denker bent, dan beoordeel je het breken van de belofte als een goede daad. Doordat jij je belofte brak, heeft je vriend een kind geholpen! De uitkomst van jouw daad heeft een moreel prijzenswaardige uitkomst! Win!