Jean-Paul Sartre – gedoemd tot vrijheid

Volgens Sartre (1905-1980) is de mens helemaal vrij. Er is niets of niemand anders die over ons leven kan beslissen behalve wij zelf, zegt Sartre. Zijn theorie heet ook wel het existentialisme. Dit komt van het Latijn existere, dat bestaan betekent. Existentialisten zeggen: existentie gaat vooraf aan de essentie.

Volgens Sartre hebben voorwerpen vaak een essentie. Een hamer is bijvoorbeeld ontworpen om spijkers in hout te slaan. De functie van de hamer ligt al vast voordat deze wordt gebruikt. Bij mensen is dat volgens Sartre anders. Je wordt geboren, en op dat moment ben je nog ‘niks’. Sommige dingen heb je niet voor gekozen: van welk geslacht je bent, wie je ouders zijn, of je arm wordt geboren of rijk, in welk land je wordt geboren. Aan die dingen kun jij niks doen. Maar aan alles wat na je geboorte gebeurt, daar kun jij wel wat aan doen. Sartre zei dat je je eigen persoon, jouw leven, moet maken door keuzes te maken in je leven. 

Heel lang werd gedacht dat er wel een definitie van de mens bestond. In het geloof, in de Bijbel, wordt bijvoorbeeld voor jou bepaald hoe jij moet zijn, en wat je moet doen als je een goed mens wil zijn. Religieuze mensen denken dus dat je met een essentie wordt geboren. Dat is immers van te voren al bepaald: als een soort blauwdruk

Sartre is het hiermee oneens. Die invulling moet jij zelf als individu geven aan je leven. Dit doe je door de keuzes die je maakt. Je kiest er bijvoorbeeld voor om op voetbal te gaan: daarmee word je een sportief persoon. Je kunt er ook voor kiezen om op een zaterdag thuis te blijven en Harry Potter te lezen. Daarmee ontwikkel je je leesvaardigheid meer. Zo gaat het met alle keuzes in je leven, zegt Sartre: met elke keuze moet je jezelf als het ware maken, en je eigen identiteit vormgeven. Ga je later studeren, reizen, of gelijk aan het werk? Wat voor persoon wil je zijn in het leven? Help je andere mensen graag, of ben je meer op jezelf gesteld? Die keuze is helemaal aan jou! 

We zijn dus vrij volgens Sartre: we moeten keuzes maken over ons leven. Daarom zei Sartre: “We zijn gedoemd om vrij te zijn.” We kunnen niet anders: want ook als we ervoor kiezen om niks te doen met ons leven, maken we een keuze! Daarom trekt Sartre de conclusie: de mens is volledig vrij. We zijn veroordeeld tot vrijheid. 

“In de angst wordt de mens zich bewust van zijn vrijheid.”

Dit is nogal een conclusie. Als alleen wij zelf kunnen beslissen over ons eigen leven en over wie zijn, dan is dat best een beetje eng. Dat betekent namelijk dat niemand ons daarbij kan helpen. Alleen jij zelf kan bepalen wat jij later wil gaan studeren, bijvoorbeeld. Daar hebben jouw ouders niks over te zeggen. Alleen wij zelf hebben verantwoordelijkheid over ons eigen leven.  

Sartre ziet dat veel mensen geneigd zijn om die verantwoordelijkheid van zich af te schuiven. Dit zie je bijvoorbeeld in uitspraken zoals “Daar kan ik niks aan doen, ik ben nou eenmaal een lui persoon!”; of: “Ik kan geen muziek maken, niemand in mijn familie is echt muzikaal.” Beide uitspraken zou Sartre niet accepteren; hij zou zeggen dat je er altijd wat aan kan doen, en dat je altijd zelf kan kiezen wat je wil doen in je leven, en wie je wil zijn. Als je je verantwoordelijkheid ontkent dan ben je te kwader trouw (mauvaise foi).  Je doet alsof je geen keuze, verantwoordelijkheid of vrijheid hebt. Wie zo redeneert, behandelt zichzelf als een object met een vaste essentie in plaats van als een vrij mens.

“Al hielden we ons stil en koest als kiezelstenen, dan nog zou zelfs onze passiviteit een vorm van handelen zijn.”

Volgens Sartre zijn mensen daarom nooit volledig af. Wij vormen onszelf voortdurend door onze keuzes. Zelfs niet kiezen is uiteindelijk een keuze. Zoals Sartre schrijft: “Al hielden we ons stil en koest als kiezelstenen, dan nog zou zelfs onze passiviteit een vorm van handelen zijn.”

Auteur: A. Bulder