Adam Smith – welvaart voor ieder!

Welvaart voor alle lagen van de bevolking! Wie wil dat niet? Adam Smith (1723-1790) had wel een idee hoe we meer welvaart kunnen krijgen. Het is niet de overheid die zorgt voor welvaart, maar het zijn de arbeiders. De mensen die werken zorgen voor welvaart; voor iedereen!


Mensbeeld

Als Smith aan de mens denkt dan ziet hij een sociaal volkje voor zich. Een volkje met mensen die samen kunnen werken en empathisch zijn. Empathie betekent dat je je kunt inleven in een ander. Juist deze twee eigenschappen; het kunnen samenwerken en empathisch zijn, dat is voor Smith de basis. De basis waarvan? De basis van de vrije markt én dus van welvaart voor ieder.

Arbeid

Als we er vanuit gaan dat iedereen kan arbeiden, dan kan iedereen een bijdrage leveren aan de vrije markt. Iedereen kan zijn goederen of diensten aanbieden op de markt. Als er kopers zijn, afnemers, dan kun je geld verdienen! Is het zo simpel? Eigenlijk wel, maar toch niet helemaal. Smith stelt om geld te kunnen verdienen, moet je wel weten wat de koper zou willen. Je moet je kunnen inleven (empathie!) in de mogelijke koper.

Naast het inleven is het ook belangrijk om je te specialiseren. Stel je voor je bent bakker, dan moet je weten wat de klant graag eet. Maar je moet ook heel goed worden in het bakken! Jij, als bakker, gaat veel oefenen om een betere bakker te worden. Dat maakt uiteindelijk je baksels steeds beter!

Maar stel je voor dat je niet de enige bakker bent. In dezelfde straat is nog iemand gaan bakken. Hoe zorg jij er dan voor dat klanten bij jou gaan kopen en niet bij de concurrent? Je kunt de prijs omlaag doen. Als jij goedkoper bent dan de concurrent, dan gaan klanten vast bij jou kopen. Je kunt ook ervoor zorgen dat je baksels kwalitatief beter zijn dan de concurrent. Als jouw baksels lekkerder zijn dan die van de concurrent, wie gaat dan nog naar de concurrent?

Dit principe van concurrentie heeft ook nog een ander effect. Dat effect is dat het welvaart oplevert; voor iedereen! De klant krijgt goedkopere producten die ook nog eens van de beste kwaliteit zijn. Dat betekent meer welvaart! Wat wil je nog meer?


Nadelen

Toch zitten er ook nadelen aan de vrije markt. Stel je het volgende voor. Jij bent nog steeds bakker en je hebt vier mensen in dienst. Om de producten goedkoper te kunnen aanbieden, besluit je sneller te gaan werken. Om sneller te kunnen werken gebruik je machines in plaats van mensen; automatisering. Het is voor een machine veel makkelijker (en sneller) om de hele dag brooddeeg te kneden. Dus laat jij dit in vervolg een machine doen. De werknemers die hoeven alleen nog maar het deeg uit de kom te halen en in een broodbak te stoppen. DE – HELE – DAG – LANG. Pfoeh!

De werknemers zullen echte specialisten worden. Ze zullen hun taak heel goed beheersen. Maar het is wel een beetje saai, vind je niet? Volgens Smith is dit het nadeel van de vrije markt en automatisering. Het kan geestdodend worden. Hoe gaan we dat oplossen?


Taak van de overheid

Daar ligt volgens Smith een taak voor de overheid. De overheid heeft geen directe rol in de vrije markt. De overheid heeft wel een taak in de gevolgen van de vrije markt. Om die ‘geestdodendheid’ tegen te gaan, moet de overheid scholing aanbieden. Scholing noemen we ook wel onderwijs! Onderwijs om de geest te verruimen. Dan moet je denken aan zorgen voor goed onderwijs en het betalen daarvan. Zo kan iedereen die werkt zich blijven ontwikkelen!