De Griekse filosoof Plato (427–347 v.Chr.) leefde in een tijd waarin de democratie er anders uitzag dan zoals wij dat kennen. Hij stelde de democratie ter discussie.
Stel je voor je bent heel ziek, aan wie vraag je dan om advies? Waarschijnlijk ga je naar een huisarts of medisch specialist. Of als je een huis wilt gaan bouwen, door wie ga je dat laten doen? Waarschijnlijk vraag je iemand die daar goed in is. Waarom vragen we dan advies over de politiek aan mensen die er geen verstand van hebben?
Plato vond dat de staat bestuurd moet worden door de meest wijze en verstandige mensen. Hij noemde hen de Filosoof-Koning. Dat zijn mensen die niet uit zijn op rijkdom of macht, maar die zoeken naar waarheid, rechtvaardigheid en schoonheid. Zij zijn diegene met het meeste verstand, het grootste intellect!
Driedeling van de menselijke ziel
Volgens Plato heeft de mens een ziel en die ziel bestaat uit drie delen.
- Een deel dat ‘aardse zaken’ begeert. Dit deel van de ziel is gericht op eten en voortplanting.
- Een moedig deel of wilskracht. Dit deel van de ziel maakt dat je dapper kunt zijn en kunt doorzetten.
- Een intellectueel deel. Dit deel van de ziel is het verstandigst en kan de andere twee zielsdelen samen laten werken. Zo kan het kennis verwerven van het Ware, Schone en Goede.
Ieder mens heeft deze drie delen in zich. De verhouding verschilt wel per mens en volgens Plato wordt je hiermee geboren. Deze verhouding is niet te veranderen en geeft jouw beste plaats in de samenleving aan.
- Diegene met het grootste ‘begeerte’ kan het beste de aarde bewerken als boer of arbeider.
- Diegene met het grootste ‘moedige deel’ is geschikt als wachter of soldaat.
- Diegene met het grootste ‘intellectueel deel’, zijn de meest wijze mensen en dus de Filosoof-Koning.
Als je van deze indeling uitgaat, dan is het toch het verstandigst om de Filosoof-Koning te laten regeren!
Tirannie van der meerderheid
Plato was kritisch over democratie. Hij zag dat mensen soms stemmen op leiders die populair zijn, maar niet wijs. Hij was bang dat emoties en kortetermijnbelangen het zouden winnen van verstandige overwegingen. En wat als de meerderheid stemt voor een niet-wijs persoon! Dat zou voor Plato een tirannie van de meerderheid betekenen.
Toch roept zijn visie vragen op. Wie bepaalt wie wijs genoeg is om te regeren? En hoe voorkom je dat iemand misbruik maakt van macht?
Is het belangrijker dat iedereen mag meebeslissen, of dat beslissingen worden genomen door mensen met de meeste kennis en wijsheid? Wat denk jij?