Hebben we een lichaam of zijn we een lichaam? De Franse filosoof René Descartes (1596–1650) is een van de bekendste verdedigers van het dualisme. Volgens Descartes bestaat de mens uit twee fundamenteel verschillende soorten werkelijkheid, die hij substanties noemt. Een substantie is iets dat zelfstandig kan bestaan.
De eerste substantie is de res cogitans: het denkende ding. Dit is de geest of ziel, die immaterieel is en niet bestaat uit stof. De tweede substantie is de res extensa: het uitgebreide ding. Dit is het lichaam, dat wel materieel is en ruimte inneemt.
Omdat geest en lichaam volgens Descartes wezenlijk verschillend zijn, wordt zijn opvatting ook wel substantiedualisme genoemd. De mens is dus niet alleen een lichaam, maar is ook een denkend wezen (cogito ergo sum) dat een lichaam heeft.
Zijn theorie roept echter een belangrijk probleem op. Als geest en lichaam twee verschillende substanties zijn, hoe kunnen zij elkaar dan beïnvloeden? Wanneer je besluit op te staan, beweegt je lichaam. Maar hoe kan een immateriële geest een materieel lichaam in beweging brengen? Dit staat bekend als het interactieprobleem. Een spook kan ook geen deur openen… toch?
Descartes probeerde dit probleem op te lossen door te stellen dat de interactie plaatsvindt in de pijnappelklier, een klein orgaan in het midden van de hersenen. Volgens hem was dit de plek waar geest en lichaam elkaar ontmoetten. Veel filosofen vonden deze oplossing echter niet overtuigend. Het verklaart immers niet hoe een immateriële geest überhaupt invloed kan uitoefenen op iets materieels.
Auteur: A. Bulder