Standpunten

(S) We kunnen alleen zekere kennis krijgen door na te denken.

Wat vind jij van de bovenstaande stelling (S)? Ben je het ermee eens? Oneens? Of weet je het nog niet? Wat jij van de stelling vindt, bepaalt jouw standpunt.

Er zijn drie standpunten mogelijk bij elke stelling. 1. je bent voor, 2. je bent tegen, 3. je weet het niet.


1. Je bent voor

Als je het met de stelling eens bent, dan ben je vóór de stelling. We noemen dat een positief standpunt. Jij vindt dat we alleen zekere kennis krijgen door na te denken. Je argument hierbij zou kunnen zijn dat je alleen door goed na te denken je zeker kunt weten wat de betekenis is van (bijvoorbeeld) eerlijkheid. Dit standpunt kun je verdedigen in een betoog, debat of een beschouwing.


2. Je bent tegen

Misschien ben je het juist oneens met de stelling, je bent dan tegen de stelling. We noemen dat een negatief standpunt. Jij vindt dat we geen zekere kennis krijgen door na te denken. Je argument zou kunnen zijn dat je zegt dat wij vanaf onze geboorte kennis op doen door alles wat wij ervaren. Wat je ervaart is echt. Ook dit kan een standpunt zijn voor een betoog, debat of beschouwing.


3. Je weet het niet

Misschien ben je het zowel eens als oneens met een stelling. Je twijfelt of alleen nadenken je zekere kennis biedt. Je kunt net zoveel argumenten vóór de stelling bedenken als tegen de stelling. Je hebt dan een standpunt van twijfel. Een standpunt van twijfel is een goed beginpunt voor een beschouwing.


Stellingen en standpunten zijn dus niet hetzelfde. Een stelling is een gedachte of mening die ter discussie staat. Een standpunt is jouw positie ten opzichte van die stelling. Er zijn bij elke stelling drie standpunten mogelijk, 1. een positief standpunt, 2. een negatief standpunt en 3. een standpunt van twijfel.


Bij een betoog neem je altijd een positief standpunt in. Bij een beschouwing kun je zowel een positief standpunt, een negatief standpunt of een standpunt van twijfel gebruiken in je middenstuk.