Voorbereiding argumentatie

Bij elk debat is het belangrijk dat je je goed voorbereidt. Soms heb je hier slechts kort de tijd voor en soms heb je een paar dagen tot weken de tijd. Hoe dan ook; zodra je de stelling van het debat weet, dan begint de voorbereiding.

Op deze pagina gaan we met name in op de voorbereiding van argumenten in een debat. Twee andere pagina’s zijn gewijd aan voorbereiding met betrekking tot lichaamstaal en observatie en beoordeling.

Argumentatie

Als je een debat voorbereidt, dan is de eerste stap die je zet het verzamelen van argumenten. Je hebt een stelling en deze moet je verdedigen of aanvechten met argumenten. Laten we de volgende stelling als voorbeeld nemen: Als je gezond leeft, dan hoef je minder zorgpremie te betalen.

(1) Allereerst is het belangrijk dat je begrijpt waar de stelling over gaat.

Is het voor jou onduidelijk wat een zorgpremie is? Zoek dit dan op. De zorgpremie is een bedrag dat je betaalt om recht te hebben op de basiszorg zoals een bezoek aan de huisarts. Je bent in Nederland verplicht om deze premie te betalen via een zorgverzekeraar als je 18 jaar of ouder bent.

(2) Ten tweede zoek je zoveel mogelijk voor- en tegenargumenten op.

Vaak weet je nog niet of je de stelling moet verdedigen (je bent dan voor de stelling) of moet aanvechten (je bent dan tegen de stelling). Daarom moet in dat geval beide posities voorbereiden. Ook als je wel weet of je voor of tegen bent, is het zinvol om beide posities voor te bereiden. Je weet dan namelijk welke argumenten je kunt verwachten van de tegenpartij!

De eerste bron bij het bedenken van argumenten ben jezelf. Welke argumenten zou jij aandragen bij deze stellingen? Maar je bent niet de enige bron. Denk ook aan klasgenoten, familieleden, lesmateriaal van andere vakken, boeken, artikelen en internet. Bedenk of de bron betrouwbaar genoeg is om als bron te kunnen gebruiken. Stel jezelf daarom altijd de vraag of het gevonden argument inhoudelijk klopt of zoek dit op.

Een bron bij de voorbeeldstelling is het krantenartikel van het Algemeen Dagblad.

(3) Maak een argumentatieschema van je argumenten en bedenk daar tegenargumenten.

Nadat je de argumenten op een rijtje hebt gezet, kun je gaan bedenken welke reacties (tegenargumenten) de ander zou kunnen geven. Stel; jij stelt dat gezonde mensen minder zorgpremie hoeven te betalen (stelling) omdat zij waarschijnlijk door hun levensstijl minder zorg nodig zullen hebben (argument). Wat zou een ander daar tegenin (tegenargument) kunnen brengen? Dit zou kunnen zijn: de hoogte van de zorgpremie zou niet afhankelijk moeten zijn van de levensstijl (stelling) omdat iedereen recht moet hebben op toegankelijke zorg en daarbij de vrijheid moet behouden om te leven zoals zij dat willen (tegenargument).

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Stelling: Als je gezond leeft, dan hoef je minder zorgpremie te betalen.

Positie: Verdediging (je bent voor de stelling)

  • Gezonde mensen zouden minder zorgpremie hoeven te betalen omdat zij waarschijnlijk door hun levensstijl minder zorg nodig zullen hebben.
    • Iedereen moet recht hebben op toegankelijke zorg en daarbij de vrijheid moet behouden om te leven zoals zij dat willen. Omdat niet iedereen evenveel verdient zou dat betekenen dat iemand die veel geld verdient meer vrijheid heeft om hun levensstijl te kiezen dan iemand die minder geld verdient.

(Tip! Veel tegenargumenten kunnen ook gebruikt worden in je argumentatieschema als hoofdargument bij de tegengestelde positie. In het bovenstaande voorbeeld dus bij de positie als aanvechter (je bent dan tegen de stelling.))

(4) Voeg weerleggingen toe in je argumentatieschema.

Als je de bovenstaande tegenargument zou horen in een debat, welk argument zou je gebruiken om deze te weerleggen? Met een weerlegging probeer je een tegenargument van een ander onderuit te halen. In het bovenstaande voorbeeld zou je kunnen stellen dat je vindt dat persoonlijke keuzevrijheid minder belangrijk is dan gezondheid. Wat heb je immers aan keuzevrijheid als je niet gezond bent? Een gezonde levensstijl zou daarom door de overheid sterk aangemoedigd mogen worden.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Stelling: Als je gezond leeft, dan hoef je minder zorgpremie te betalen.

Positie: Verdediging (je bent voor de stelling)

  • Gezonde mensen zouden minder zorgpremie hoeven te betalen omdat zij waarschijnlijk door hun levensstijl minder zorg nodig zullen hebben.
    • Iedereen moet recht hebben op toegankelijke zorg en daarbij de vrijheid moet behouden om te leven zoals zij dat willen. Omdat niet iedereen veel verdient zou dat betekenen dat iemand die veel geld verdient meer vrijheid heeft om hun levensstijl te kiezen dan iemand die minder geld verdient.
      • Ik vind dat persoonlijke keuzevrijheid minder belangrijk is dan gezondheid. Een gezond leven met iets minder persoonlijke vrijheid biedt meer kwaliteit dan een ongezond leven met iets meer persoonlijke vrijheid. Daarom vind ik dat de overheid een gezonde levensstijl mag aanmoedigen via de zorgpremie.

(5) Leer zoveel mogelijk van het argumentatieschema uit je hoofd

Als je een debat hebt waarbij je geen spiekbriefje bij je mag hebben, is het zinvol om veel argumenten uit je hoofd te leren. Op deze manier heb je altijd een argument, tegenargument of weerlegging bij de hand!