De Oostenrijkse wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend (1924–1994) had een heel andere kijk op wetenschap dan veel andere filosofen. Hoewel hij een leerling was van Karl Popper, werd hij later juist kritisch op het idee dat wetenschap volgens vaste regels of methodes moet verlopen.
Feyerabend stelde dat er geen vaste wetenschappelijke methode bestaat die altijd gevolgd moet worden. Volgens hem laten de geschiedenis en de praktijk van wetenschap zien dat belangrijke ontdekkingen vaak juist ontstaan doordat wetenschappers bestaande regels overtreden of nieuwe manieren van denken introduceren. Bijvoorbeeld Galileo Galilei.
Feyerabends visie staat bekend als het epistemologisch anarchisme. Epistemologie betekent kennisleer, en anarchisme betekent “geen heerser” en verwijst hier naar het idee dat er geen vaste regels zijn die altijd gelden voor het verkrijgen van kennis.
Feyerabend vond bovendien dat wetenschap soms ten onrechte wordt gezien als de enige betrouwbare bron van kennis. Volgens hem kan een grote nadruk op strikte regels juist de creativiteit en vrijheid van onderzoekers beperken. Daarom pleitte hij voor pluralisme: een veelvoud van methodes en benaderingen in onderzoek.
Zijn beroemde uitspraak “anything goes” (alles kan) vat dit idee samen. Daarmee bedoelde hij niet dat elke theorie automatisch even goed is, maar dat wetenschappelijke vooruitgang vaak ontstaat doordat onderzoekers nieuwe en soms onconventionele methodes gebruiken.
Tegelijk roept deze visie ook kritiek op. Als er geen duidelijke regels zijn voor wetenschap, wordt het moeilijker om goede wetenschap te onderscheiden van pseudowetenschap. Daarom vinden sommige filosofen dat Feyerabends idee van “anything goes” te ver gaat.
Auteur: A. Bulder