Vocabulary year 4

Je maakt dit schooljaar een woordentoets. Deze toets gaat over examenwoorden die je vaak zal tegenkomen in het Engelse examen.

Je cijfer

Als je deze toets goed maakt en alle punten scoort, dan haal je een 8,0. Om een nog hoger cijfer te kunnen halen, maak je van tevoren opdrachten. Deze opdrachten staan hieronder en zijn bedoeld om met de woorden te oefenen. Maak je de opdrachten goed en lever je ze op tijd in, dan verdien je extra punten. Let op: lever je de opdracht niet op tijd in dan kun je er geen punten mee verdienen.

De toets

Hoe ziet de toets eruit? In deze voorbeeldtoets zie je alle onderdelen die gevraagd worden. De toets bestaat dus uit:

  • 10 afbeeldingen van dingen uit de woordenlijst voor het examenjaar;
  • 10 woorden die uit een zin zijn gehaald (‘gaps’). Je bedenkt zelf welk woord op die plek past;
  • 15 Engelse omschrijvingen van een woord uit de lijst;
  • 7 rijtjes van vier woorden. In elk rijtje woorden staat een woord dat er niet tussen past. Welk woord is dat? Leg ook uit waarom (7)
  • 16 woorden uit de twee lijsten. Degene die de toets maakt, verdeelt de woorden in drie groepjes van woorden die bij elkaar passen. (16×0,5 = 8 punten).

De opdrachten (inleveren via magister)

  1. Opdracht werkwoorden. De werkwoorden in de lijst zijn blauw. Print het schema, schrijf de werkwoorden erin en vul het verder in. *1 punt.
  2. De zelfstandige naamwoorden in de lijst zijn geel. Teken voor elk woord een driehoek op een groot blad (bijvoorbeeld een A3 uit de printer). Zet het zelfstandig woord in het midden van een driehoek. Bij elke hoek schrijf je een Engels woord op dat iets te maken heeft met dat woord. Op deze manier krijg je een woorddriehoek. *1 punt.
  3. Opdracht ‘andere woorden’ (woorden in het wit). Maak een poster op A3-formaat waarop je alle ‘andere woorden’ schrijft. Per woord schrijf je ook:
    1. een zelfbedachte zin;
    2. een afbeelding;
    3. de vertaling. *1 punt.
  4. Maak zelf een toets + antwoordenmodel van in totaal 50 woorden. Jouw toets heeft dezelfde onderdelen de voorbeeldtoets, maar natuurlijk met de woorden uit de twee woordenlijsten van het examenjaar. **1,5 punt.

Lots of success!